Blog over de vroeggeboorte van Dave

Hoera! Dave is vandaag alweer 15 jaar geworden!

Wie had dit destijds kunnen denken! Dave is na precies 6 maanden zwangerschap ter wereld gekomen. Hij woog toen 635 gram. Graag wil ik de bijzondere situatie rondom zijn geboorte delen.

Vanaf het moment dat ik zwanger was, voelde ik mij eigenlijk al niet goed en dit ging, versterkt door een stressvolle gebeurtenis, naar een soort climax toe. Zoals sommigen van jullie wel weten, heb ik nogal een indrukwekkende ziektegeschiedenis. Pas zo’n 6 jaar geleden is bij ‘toeval’ ontdekt dat mijn bijnieren al heel lang nauwelijks werken, als gevolg van het veelvuldig gebruik van hormoonzalven voor mijn toenmalige ernstige huidziekte. Dit was alleen nooit goed gediagnosticeerd, omdat de artsen niet de juiste test gebruikten. Ik wist het zelf eigenlijk al heel lang. Ik beschik sinds een jaar of 12 over een uitstekend innerlijk diagnostisch centrum 😊, maar het werd steeds niet bevestigd. Tot op het moment dat ik in aanraking ben gekomen met een arts die afgestudeerd is met als specialisatie ‘de werking van de bijnieren’. Toen ik de diagnose eenmaal had, verklaarde dit achteraf niet alleen mijn fysieke klachten, maar ook mijn steeds terugkerende emotionele disbalans in tijden van stress.

We staan er misschien niet zo bij stil, maar zwangerschap is voor het menselijk lichaam sowieso al een behoorlijk stressvolle situatie, en ik miste dus het (anti) stress hormoon cortisol. Vanaf de dag dat ik zwanger was, voelde ik mij raar. Gevoelig als ik ben, wist ik al dat ik zwanger was voordat ik de test had gedaan. De maanden die volgden waren lastig, maar naarmate ik verder kwam in mijn zwangerschap, verergerden mijn klachten pas echt. En toen gebeurde er ook nog iets waar ik heel veel verdriet van had, maar daar ga ik nu even niet op in. Ik kon toen niet meer slapen. Echt bizar, zo moe, maar niet kunnen slapen. Ik werd steeds verwarder. Op een dag kon ik alleen nog maar huilen. Heel vervelend vond ik het; ook voor mijn omgeving en voor mijn toenmalige partner, maar ik kon er natuurlijk niks aan doen. We hebben toen hulp ingeroepen.

Artsen wisten niet wat er met mij aan de hand was en kwamen op de diagnose ‘hormonale disbalans’. Achteraf gezien zaten ze er nog niet eens zover naast. Ik kreeg voor het eerst in mijn leven een antidepressivum voorgeschreven en eerlijk is eerlijk, daardoor voelde ik mij wel gelijk een stuk beter. In ieder geval rustiger. Ik moest maar gewoon mijn zwangerschap door zien te komen, dacht ik in die periode.

Die periode duurde echter niet lang. Een paar weken later, in de laatste week van mei was ik op een avond onwel geworden. Ik moest braken en raakte helemaal versuft, iets wat ik later nog vaak mee heb gemaakt in de afgelopen jaren. Dit noemen ze ook wel een Addison crisis. Wist ik veel dat ik dan in levensgevaar was. Ik heb mijn moeder gebeld en ben op bed gaan liggen. Toen zakte het wel weer iets. ’s Nachts werd ik wakker en zei ik tegen mijn buik: ‘hee, je moet nog wel even blijven zitten hoor’. Mijn partner Jochem, weet het nog.

Een paar dagen later moest ik vanwege mijn medische indicatie voor extra controle naar het Erasmus MC. We waren net verhuisd en mijn familie was in het huis aan het werk. Jochem en ik zeiden dat we over een paar uurtjes terug zouden zijn, maar we zijn niet meer thuis gekomen die dag.

Ik ontmoette een nieuwe vriendelijke gynaecologe waarmee ik de ins en outs van de toekomstige bevalling besprak. Ik vertelde nog dat ik in geval van nood niet tegen hechtdraad kan (dat gooit mijn lijf eruit) en dat ik ook een geschiedenis van hormoonzalven had, zodat ik waarschijnlijk wat meer cortisol nodig zou hebben in het geval van een keizersnede. Ik vertelde dat ik zelf vond dat ik al redelijk was aangekomen, maar hier was de arts het niet zo mee eens. Na een kort lichamelijk onderzoekje wilde ze een extra echo maken. Godzijdank voor haar oplettendheid.

Daar waar ik 6 weken daarvoor nog een prima echobeeld had laten zien, wisten Jochem en ik eigenlijk door de blik van de radiologe gelijk al dat het nu niet meer goed was. De arts kwam erbij en vertelde dat ik opgenomen moest worden in het Sophia kinderziekenhuis. Ik dacht nog, goh, zal ik dan 3 maanden stil moeten blijven liggen ofzo? Maar nee, zo ging het niet.

Alles in mijn baarmoeder was er zo’n beetje mee gestopt, daar kwam het op neer. De baby was in levensgevaar, vertelden de artsen mij. Ze bereidden mij voor op de vroegtijdige geboorte van een prematuur en dysmatuur kindje. Omdat ik nog maar 26 weken en 6 dagen zwanger was, zouden zijn longen nog niet volgroeid zijn en zijn levensvatbaarheid werd zeer laag ingeschat. Ik kreeg corticol ingespoten in de wens om het nog een paar dagen vol te houden, zodat zijn longen nog even de kans zouden krijgen om te groeien. Achteraf gezien was dit precies het medicijn wat ik al veel eerder nodig had gehad, maar dat wisten we toen nog niet.

Die avond werd ik nauwlettend in de gaten gehouden. Op een gegeven moment kreeg ik nogmaals een echo en ik herinner mij dat moment nog heel goed. De arts vertelde mij dat ze niet langer konden wachten. Het kind zou gehaald moeten worden want anders zou hij komen te overlijden. En toen gebeurde er iets vreemds. Ik kan het niet anders omschrijven, maar voor mijn gevoel gingen alle alarmbellen in mijn lichaam af. ‘NEE!’, was het antwoord. Ik wist 100% zeker dat één van ons zou komen te overlijden, wanneer ze op dat moment zouden gaan opereren. Nooit eerder had ik mij zo helder en alert gevoeld.

Er kwamen toen 5 artsen naar onze kamer. Ze wilden ons voorbereiden op de tijd die zou komen. We zouden het per dag moeten bekijken, het was heel ernstig, hij woog naar schatting maar 600 gram, bla bla. Het was als in een droom. En ze wilden NU opereren. En ik zei wederom nee. Ik weigerde gewoon. Dit was mijn intuïtie en ik wist het zó zeker! Dit ging niet gebeuren. Natuurlijk had ik een klein stemmetje in mijn hoofd die zich afvroeg of ik gek was geworden, maar de stem van mijn intuïtie overheerste!

Godzijdank stond Jochem achter mij, ook best bewonderenswaardig als je het achteraf bekijkt. Hij vertrouwde mij. Ik wist nog te beargumenteren dat de baby nog steeds flikflakken in mijn buik aan het maken was (hij is altijd al erg beweeglijk geweest). Een kind wat op sterven na dood zou zijn, doet dat toch niet? Alleen de vrouwelijke arts was dit met mij eens. De rest vond mij eigenwijs, maar dat kon mij niet deren; het was míjn lichaam en mijn kind.

Jochem mocht blijven slapen. Zo lief, later vertelde de dienstdoende verpleegkundige hoe ze mijn standvastigheid bewonderde; dat ik zomaar tegen 5 artsen in durfde te gaan. We hebben een rare nacht gehad. Natuurlijk was ik bang, en toch was er ook een raar soort vertrouwen dat het kind het zou overleven. We hebben die nacht een naam verzonnen. Wanneer het zou komen te overlijden, dan zou het Vincent heten. Wanneer het zou overleven, dan zou het Dave gaan heten, gebaseerd op het verhaal van Koning David uit de bijbel. Niet dat we Christelijk waren, maar dat leek ons wel mooi symbolisch.

De volgende morgen werd ik om 6 uur wakker gemaakt. Tot ieders verbazing (behalve de mijne) leefde het kind nog. En toen zei ik dat ik er klaar voor was! Ik kreeg echt een volmondig ‘JA’ te horen van mijn intuïtie. Nou, ik werd nog net niet met gillende banden en met 5 man om mij heen naar de OK gebracht. Ik kreeg een ruggenprik en een enorme dosis cortisol vanwege mijn geschiedenis met hormoonpreparaten; wederom een goede beslissing.

Ik heb alles van de keizersnee gevoeld. Achteraf hebben mensen mij weleens gezegd dat ik nogal slecht op verdoving reageer. Het was bizar om alles zo in volle glorie mee te maken; alsof mijn lichaam uit elkaar werd gerukt. Nog bizarder was het om te ervaren dat ik op slag geen pijn meer had zodra het kind er uit was. Hoe slecht ik mij tijdens de zwangerschap dan ook had gevoeld, dit veranderde op het moment dat het kind geboren was onmiddellijk.

Iedereen had verwacht dat de pasgeborene gelijk aan de beademing zou moeten, maar tot ieders verbazing was ook dit niet het geval! Het kind ademde zelfstandig en protesteerde en proestte. De artsen moesten lachen. Wat een kereltje joh! We vroegen hoe we het moesten noemen. Ze zeiden; ‘Nou noem het maar Dave’. ‘Klein en dapper’, hebben we op zijn geboortekaartje gezet.

Zo fijn dat de verpleegkundige polaroid foto’s heeft gemaakt van de bevalling. Wij waren er zelf natuurlijk helemaal niet op voorbereid. Ik weet nog dat ik gelukzalig naar de foto’s lag te kijken in de verkoeverkamer. Dave was natuurlijk gelijk naar de Intensive Care afdeling gebracht; Neonatologie High Care wordt dit bij kinderen genoemd. Jochem is met hem meegegaan. En ik lag dus met al mijn vroegtijdige moedergevoelens naar de foto’s te staren en te glimlachen. De verpleegkundige op de afdeling keek naar de foto’s en zei: ‘Ah is dat je zoontje? Wat een schatje!’. Later heb ik die foto’s nog weleens aan mensen laten zien en die schrokken zich dood. Het was meer een soort oud Marsmannetje en dan ook nog helemaal onder het bloed, maar ik was verliefd!

De weken die volgden waren eigenlijk heel mooi en speciaal. Dave deed het super. Hij moest de eerste avond wel alsnog aan de beademing, maar gelukkig maar voor eventjes. Daarna kon hij het af met andere ademondersteuning. Op een avond kwam ik een arts tegen en ik heb hem gevraagd of ik nu blij mocht zijn? Kon ik van dit kindje gaan houden? Ik was hier onzeker over omdat ze ons hadden voorbereid op het slechtste scenario, voordat hij was geboren. ‘Jazeker!’ zei de arts. Dave was de kleinste van de High Care maar de sterkste! Een bijzonder compliment. Hij schatte zijn kansen positief in.

In de weken die volgden kreeg ik nog een mooie tip van een verpleegkundige. ‘Zet je angst in de koelkast en doe deze op slot’, zei ze. Als het aan de orde is, dan kon ik het altijd weer open maken, maar het was nu vooral van belang dat wij Dave het gevoel zouden geven dat we vertrouwen in hem hadden. Deze tip heb ik later in mijn leven nog heel vaak opgevolgd. Met dank aan de lieve verpleegkundige.

Alle verpleegkundigen waren overigens echt heel aardig en begaand daar in het Sophia. Ik was daar hele dagen te vinden. We mochten hem pas na 2 weken vasthouden; eerst moest hij volledig stabiel zijn. De couveuse diende als pseudo-baarmoeder waarin hij verder kon groeien en aansterken. Ik denk dat hij wel 5 bloedtransfusies heeft gehad en allerlei medicatie om hem in leven te houden, maar het is gelukt. Kangoeroeën met ons lieve kindje, daar keken we naar uit wanneer het mocht. Dave mocht dan even uit de couveuse en bij een van ons op de borst komen liggen. Dave werd dan helemaal rustig en wij natuurlijk ook. Die handjes op zijn oren (op de foto); dat was typerend voor Dave. Een verpleegkundige legde uit dat hij op die manier in zijn eigen veiligheid voorzag.

Jochem en ik hebben dus eigenlijk volop van die tijd genoten. Hoe bijzonder is het dat ik mijn kindje na 6 maanden al kon zien en koesteren? Het was zo lief om te zien dat Dave altijd zijn oogjes probeerde open te doen wanneer hij mijn stem hoorde, maar dat kon hij lange tijd nog niet. Toen hij zijn ogen eenmaal kon openen, waren dit grote zwarte ballen om te zien, omdat het allemaal nog niet in verhouding was. We noemden hem vaak gekscherend ‘ons astronautje’. In een glazen shuttle met allerlei rare apparatuur aan zijn lichaam om te ademen en om voeding, vocht en medicatie binnen te krijgen.

Alles was natuurlijk klein aan Dave. Ik leerde om mini-luiertjes te verschonen met mijn handen in de couveuse, hij kreeg een minimutsje en een mini trappelzakje, speciaal geïmporteerd uit Amerika. Raar hoe onze hersenen aan dit soort situaties wennen. Voor mij was zijn afmeting op een gegeven moment ‘normaal’. Baby’s van 3 kilo vond ik super groot!

Eigenlijk viel alles wat normaal belangrijk was in mijn leven in die periode volledig weg. Het enige wat telde was dat ik de hele dag bij Dave kon zijn. We waren net verhuisd en overal stonden dozen, maar het kon mij niks schelen. Daarvoor was ik best soms een control freak en alles moest perfect verlopen bij een verhuizing. Uiteindelijk hebben mijn familieleden en vrienden alles afgemaakt in het huis en het maakte mij allemaal niks uit. Ik kwam daar zelf alleen maar om te slapen.

Dave heeft uiteindelijk 2 maanden op de High Care in een couveuse gelegen. Toen hij precies 1 kilo was, werd hij overgeplaatst naar de Medium Care afdeling van het Sint Franciscus Gasthuis, waar hij nog een maand is gebleven voordat we hem mee naar huis mochten nemen. De rit daar naartoe was nog wel een hele belevenis. Dave kreeg onderweg hartslag verlagingen. Toen besloot de bestuurder van de ambulance om echt keihard te gaan rijden, in de spits, midden op de weg tussen de auto’s in op een tweebaansweg!

Toen Dave 2200 gram woog en voldoende zelfstandig kon drinken, mocht hij mee naar huis. Eigenlijk precies rond de tijd dat hij geboren had moeten worden, na 9 maanden 😊. Wanneer ik met hem buiten liep dachten mensen dat hij net geboren was, want hij was natuurlijk nog steeds iniemini.

Bij thuiskomst heeft Dave de eerste 3 dagen non-stop gehuild, en daarna eigenlijk (bijna) nooit meer. Op de dag dat hij een keer huilde hebben we een foto van hem genomen! Ik vond het heerlijk, de kraamtijd. Na het drinken vielen we samen regelmatig in slaap, met Dave op mijn borst.

In zijn jongere jaren was Dave een blij ei; goedlachs en ondeugend. Ook is hij altijd al een echte flirt geweest, hij wist op zijn 3e jaar al tienermeisjes te verleiden:-) Rondom de scheiding met Jochem heeft hij nog wel een moeilijke periode gehad en ook rond de tijd dat zijn ADHD werd gediagnosticeerd, maar dit is allemaal goed gekomen. Ok, hij heeft een enorme oogafwijking, maar die bril staat hem geweldig toch?

En nu is Dave alweer 15 jaar geworden. Het is een stoere, ijdele en toch gevoelige kerel met een super leuk gevoel voor humor. Inmiddels is hij mij voorbij gegroeid en Dave grapte laatst dat hij mij nu natuurlijk niet meer serieus kan nemen.

Ik ben trots op mijn heerlijke puber. Af en toe is hij moody en hangerig, maar zijn humor blijft. Hij heeft inmiddels al een lief en mooi vriendinnetje. Hierdoor verandert onze relatie wel enigszins, maar dat is logisch. Onze band is sterk en liefdevol.

Dave, ik hou van jou!

Liefs van je (kleinere) moeder.